Chicosem





Witlofteelt: zaai

De algemene richtlijnen voor het zaaien van witlof zijn al oud, maar gelden nog steeds: de minimum aanbevolen etmaaltemperatuur (het gemiddelde van de dag- en de nachttemperatuur) voor een goede kieming en opkomst van witlofzaden bedraagt 12°C. Wacht daarom met zaaien tot de gemiddelde etmaaltemperatuur ca. 12°C bedraagt, dit is onder Nederlandse omstandigheden vaak pas na 5 mei het geval.

Zaai niet te vroeg

Wacht met zaaien tot de gemiddelde etmaaltemperatuur voor een langere periode 12 °C bedraagt! Nachttemperaturen rond het vriespunt tijdens of vlak na de opkomst verhogen de kans op schieters. Een langere periode van koude (< 10 °C) na de opkomst kan deze schietimpuls nog versterken. Het risico op schieters mag niet onderschat worden. Wachten met zaaien tot ca 15 mei of later als dat nodig is, is daarom altijd veiliger. Let op dat late rassen vaak zelfs schietgevoeliger zijn dan vroege rassen.

Zaai niet te diep

Voor een goed opkomstresultaat moet de periode tot opkomst zo kort mogelijk zijn. Ondiep zaaien ( 0,5-1,0 cm ) in combinatie met beregening geeft de meeste kans op succes. Indien u niet kunt beregenen blijft dieper zaaien risicovol: de opkomstduur neemt toe en bij slechter wordende omstandigheden (lagere temperaturen, korstvorming etc,) kan dit funeste gevolgen hebben voor de opkomst. Met betrekking tot het zaaien met een pneumatische zaaimachine adviseert Chicosem voor het zaaien van OK-precisie-zaden (gecoat of ongecoat) een gatdiameter van 0,55 -0,65 mm en voor OK-minipillen een gatdiameter van 0,9-1,0 mm.

Tijdig beregenen

De meeste fouten worden gemaakt als regen voorspeld wordt. Zaad wat gezwollen ligt of zelfs al kiemt is zeer gevoelig voor indrogen. Wacht nooit met beregenen, voorspelde regen komt vaak te laat. Bovendien is een natuurlijke regenbui 1 of 2 dagen na beregenen alleen maar van voordeel (langer vocht en uitstel of voorkomen van korstvorming).

Indien de omstandigheden niet optimaal zijn wacht dan met zaaien. Zaaien voor 15 mei is uitsluitend nodig indien een vroege rooiing gewenst is. U kunt de geadviseerde zaadhoeveelheden per ha aanhouden tot de zaai van ca 5-10 juni. Na deze datum dient u mogelijk de zaadhoeveelheid enigszins aan te passen. Uiteindelijk kunt u zaaien tot ca 20 juni.

Zie voor meer informatie ook de technische info van de verschillende rassen onder het tabblad "Rassen".